Continuïteit in de jaarrekening: gerede twijfel, materiële onzekerheid en de controleverklaring

Ga naar de hoofdinhoud
< Alle onderwerpen

Continuïteit vormt een van de fundamentele uitgangspunten van de financiële verslaggeving. Bij het opstellen van een jaarrekening wordt in beginsel verondersteld dat een onderneming haar activiteiten in de voorzienbare toekomst zal voortzetten. Deze veronderstelling heeft grote invloed op de waardering van activa en verplichtingen en daarmee op het beeld dat de jaarrekening geeft van de financiële positie van een onderneming.

Toch is continuïteit zelden een zwart-wit vraagstuk. Tussen een financieel gezonde onderneming en een situatie waarin discontinuïteit onontkoombaar is, bevindt zich een breed gebied waarin onzekerheden kunnen bestaan. Juist in deze situaties spelen de beoordeling door het bestuur, de verslaggevingsregels en de werkzaamheden van de accountant een belangrijke rol.

Wat is de continuïteitsveronderstelling?

Bij het opstellen van de jaarrekening wordt uitgegaan van de continuïteitsveronderstelling. Dit betekent dat wordt aangenomen dat de onderneming haar activiteiten voortzet en niet voornemens is haar bedrijfsvoering te beëindigen of te liquideren.

Deze veronderstelling is van belang omdat veel waarderingen in de jaarrekening gebaseerd zijn op voortzetting van de onderneming. Denk bijvoorbeeld aan materiële vaste activa, voorraden en debiteuren. Wanneer een onderneming haar activiteiten niet kan voortzetten, kunnen deze activa immers een aanzienlijk andere waarde hebben.

De continuïteitsveronderstelling is onder meer verankerd in artikel 2:384 BW, RJ 170 Continuïteit en voor ondernemingen die rapporteren volgens IFRS – IAS 1.

Continuïteit is een continuüm

In de praktijk bestaat continuïteit niet uit twee uitersten waarbij een onderneming óf volledig gezond is óf direct richting faillissement beweegt.

De NBA beschrijft continuïteit als een continuüm dat loopt van een kerngezonde onderneming tot een situatie waarin discontinuïteit onontkoombaar is. Daartussen bevinden zich verschillende gradaties van onzekerheid.

Voorbeelden van omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot onzekerheid zijn:

  • structurele verliezen;
  • negatieve operationele kasstromen;
  • aflopende kredietfaciliteiten;
  • overtreding van bancaire convenanten;
  • afhankelijkheid van aanvullende aandeelhoudersfinanciering;
  • verlies van belangrijke klanten;
  • juridische procedures met een materiële impact;
  • verslechterende marktomstandigheden.

Het bestaan van dergelijke omstandigheden betekent niet automatisch dat de continuïteitsveronderstelling niet langer kan worden toegepast. Wel kunnen zij aanleiding geven tot aanvullende analyses en toelichtingen.

De verantwoordelijkheid van het bestuur

Een veelvoorkomend misverstand is dat de accountant bepaalt of een onderneming haar continuïteit kan handhaven.

De primaire verantwoordelijkheid ligt echter bij het bestuur. Het bestuur moet beoordelen of het gerechtvaardigd is om de jaarrekening op te stellen op basis van continuïteit. Daarbij moet het alle relevante informatie betrekken die redelijkerwijs beschikbaar is op het moment waarop de jaarrekening wordt opgesteld.

In de praktijk wordt deze beoordeling vaak onderbouwd met:

  • liquiditeitsprognoses;
  • cashflow forecasts;
  • financieringsafspraken;
  • covenantberekeningen;
  • businessplannen;
  • scenario-analyses;
  • herfinancieringsmogelijkheden;
  • steunverklaringen van aandeelhouders of groepsmaatschappijen.

Volgens de controlestandaarden dient deze beoordeling ten minste een periode van twaalf maanden vanaf balansdatum te bestrijken. In de praktijk wordt een beoordeling tot twaalf maanden na opmaakdatum van de jaarrekening vaak als goede praktijk beschouwd.

De rol van de accountant volgens Standaard 570

De accountant heeft een andere verantwoordelijkheid dan het bestuur.

Op grond van Standaard 570 moet de accountant voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen om te beoordelen:

of het gebruik van de continuïteitsveronderstelling passend is;
of sprake is van gebeurtenissen of omstandigheden die twijfel kunnen doen ontstaan over de continuïteit;
of sprake is van een onzekerheid van materieel belang;
of de toelichtingen in de jaarrekening toereikend zijn.

De accountant beoordeelt daarbij de analyses van het bestuur, maar neemt deze verantwoordelijkheid niet over. Het opstellen van prognoses en continuïteitsanalyses blijft nadrukkelijk een taak van het bestuur.

Belangrijk is dat de accountant niet beoordeelt of een onderneming in de toekomst failliet zal gaan. De werkzaamheden zijn gericht op het beoordelen van de continuïteitsveronderstelling die door het bestuur is gehanteerd en op het vaststellen of sprake is van een onzekerheid van materieel belang die moet worden toegelicht. Deze beoordeling vindt plaats op basis van de informatie die beschikbaar is ten tijde van de controle.

Wanneer ontstaat gerede twijfel over de continuïteit?

In de wet- en regelgeving worden verschillende termen gebruikt, zoals:

  • gerede twijfel over de continuïteit;
  • ernstige onzekerheid over de continuïteit;
  • onzekerheid van materieel belang inzake continuïteit.

Hoewel deze begrippen niet volledig identiek zijn, hebben zij in de praktijk betrekking op situaties waarin een verhoogd risico bestaat dat de onderneming niet aan haar verplichtingen kan blijven voldoen, terwijl tegelijkertijd nog een reële mogelijkheid bestaat dat de onderneming haar activiteiten kan voortzetten.

Juist deze situaties vragen om professionele oordeelsvorming van zowel bestuur als accountant.

Wanneer is sprake van een onzekerheid van materieel belang?

Een belangrijk onderscheid binnen Standaard 570 is het verschil tussen een continuïteitsonzekerheid en een onzekerheid van materieel belang.

Er kunnen omstandigheden bestaan die twijfel oproepen over de continuïteit zonder dat sprake is van een onzekerheid van materieel belang. In dergelijke situaties kan aanvullende toelichting wenselijk of zelfs noodzakelijk zijn, terwijl nog geen sprake is van een materiële onzekerheid in de zin van Standaard 570.

Van een onzekerheid van materieel belang is sprake wanneer de mogelijke impact en de waarschijnlijkheid van optreden zodanig zijn dat gebruikers van de jaarrekening hierover expliciet moeten worden geïnformeerd om een goed oordeel te kunnen vormen.

De beoordeling hiervan laat zich niet vangen in vaste percentages of rekenregels en vereist professionele oordeelsvorming.

Toelichtingen in de jaarrekening en het bestuursverslag

Wanneer sprake is van gerede twijfel over de continuïteit, moet de jaarrekening voldoende inzicht geven in:

  • de omstandigheden die tot de onzekerheid leiden;
  • de gevolgen van deze omstandigheden;
  • de maatregelen die het bestuur heeft genomen;
  • de redenen waarom het bestuur desondanks uitgaat van continuïteit.

Daarnaast kunnen ook in het bestuursverslag toelichtingen nodig zijn over risico's, financieringsbehoeften, liquiditeit, solvabiliteit en toekomstverwachtingen.

Het doel hiervan is gebruikers van de jaarrekening een transparant beeld te geven van de financiële positie en toekomstbestendigheid van de onderneming.

Wanneer vervalt de continuïteitsveronderstelling?

Zolang een reële mogelijkheid bestaat dat de onderneming haar activiteiten voortzet, blijft de continuïteitsveronderstelling in beginsel van toepassing.

De continuïteitsveronderstelling kan niet langer worden toegepast wanneer duurzame voortzetting van de activiteiten niet langer realistisch is. In dat geval zal de jaarrekening niet meer worden opgesteld op basis van continuïteit.

Wanneer discontinuïteit onontkoombaar wordt, zal een andere waarderingsgrondslag moeten worden gehanteerd. Daarbij worden activa en verplichtingen niet langer gewaardeerd vanuit het perspectief van voortzetting van de onderneming, maar vanuit het perspectief van afwikkeling of liquidatie.

De gevolgen hiervan kunnen aanzienlijk zijn. Activa kunnen een lagere realiseerbare waarde hebben dan de waarde die uitgaat van voortzetting van de onderneming. Daarnaast kunnen aanvullende verplichtingen of afwikkelingskosten in aanmerking moeten worden genomen.

De beoordeling of de continuïteitsveronderstelling nog kan worden toegepast blijft afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van de onderneming op het moment waarop de jaarrekening wordt opgesteld.

Gevolgen voor de controleverklaring

De uitkomst van de continuïteitsbeoordeling kan gevolgen hebben voor de controleverklaring.

Geen onzekerheid van materieel belang

Wanneer de continuïteitsveronderstelling passend is en geen sprake is van een onzekerheid van materieel belang, wordt een reguliere controleverklaring afgegeven.

Wel onzekerheden, maar geen materiële onzekerheid

Ook in deze situatie kan een reguliere controleverklaring worden verstrekt. Wel kan aanvullende toelichting in de jaarrekening noodzakelijk zijn om een getrouw beeld te waarborgen.

Onzekerheid van materieel belang

Wanneer sprake is van een onzekerheid van materieel belang en de toelichting in de jaarrekening adequaat is, neemt de accountant een afzonderlijke paragraaf op met de titel:

"Onzekerheid van materieel belang inzake continuïteit".

Hierin wordt verwezen naar de toelichting van het bestuur in de jaarrekening.

Waarom krijgt continuïteit tegenwoordig meer aandacht in de controleverklaring?

De afgelopen jaren is binnen de accountancysector veel aandacht besteed aan de zogenoemde verwachtingskloof. Gebruikers van jaarrekeningen blijken regelmatig andere verwachtingen te hebben van de werkzaamheden van de accountant dan de standaarden daadwerkelijk voorschrijven.

Dit speelt met name bij continuïteit. Een goedkeurende controleverklaring wordt soms gezien als een bevestiging dat een onderneming financieel gezond is of niet failliet zal gaan. Dat is echter niet de conclusie die een accountant verstrekt.

De accountant beoordeelt of het bestuur de continuïteitsveronderstelling terecht heeft toegepast en of eventuele onzekerheden adequaat zijn toegelicht. Daarbij wordt een oordeel gevormd op basis van de informatie die beschikbaar is op het moment van de controle. Toekomstige ontwikkelingen blijven per definitie onzeker.

Juist om deze verwachtingskloof te verkleinen is continuïteit de afgelopen jaren nadrukkelijker zichtbaar geworden in de controleverklaring. Hierdoor krijgen gebruikers meer inzicht in de verantwoordelijkheden van het bestuur, de werkzaamheden van de accountant en de betekenis van eventuele continuïteitsonzekerheden.

Conclusie

Continuïteit is een fundamenteel uitgangspunt van de financiële verslaggeving en vereist een zorgvuldige beoordeling door zowel het bestuur als de accountant.

Tussen een volledig gezonde onderneming en een situatie waarin discontinuïteit onontkoombaar is, bevindt zich een breed gebied waarin onzekerheden kunnen bestaan. Juist daar spelen professionele oordeelsvorming, transparante toelichtingen en een zorgvuldige controle een belangrijke rol.

Voor gebruikers van de jaarrekening is het uiteindelijk van belang dat relevante onzekerheden tijdig worden onderkend en helder worden toegelicht, zodat een goed geïnformeerd oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en toekomstbestendigheid van de onderneming.

Ontdek de mogelijkheden

Benieuwd naar wat Strik & Van der Weide Accountants voor uw organisatie kan betekenen? Wij nodigen u uit voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen verkennen we hoe onze gespecialiseerde auditdiensten aansluiten bij uw behoeften en verwachtingen. Neem vandaag nog contact op om een afspraak te plannen.